-
De prejudiciële vraag die verzoeker voorstelt, handelt over de bevoegdheidsuitsluiting van de Raad van State inzake machtiging tot onteigening waneer de vrederechter reeds geadieerd is. Deze rechtsvraag werd reeds door het Grondwettelijk Hof beantwoord in de arresten 75\/93, 9\/98 en 68\/2002. De prejuciële vraag hoeft niet te worden gesteld.
-
... uit te spreken over een welbepaalde rechtsvraag, vereist de aard van het in het geding zijnde begi... partijen vragen dat de volgende prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Uni...
-
... in aanmerking: procedures met een prejudiciële vraag, met een heropening van de debatten, een get...: zelden bevat een zaak maar één rechtsvraag. Een prejudiciële vraag vergt een optreden van de...
-
Art. 21, tweede lid, R.v.St.-Wet schendt niet de artt. 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het bepaalt dat het ontbreken van het vereiste belang wordt vastgesteld van de verzoekende partij die geen memorie heeft ingediend, terwijl art. 14bis APR geen sanctie voorziet bij overschrijding van de aan de R.v.St. en aan het Auditoraat opgelegde termijnen (arrest 50\/2000 van 3 mei 2000). De prejudiciële vraag reeds door Arbitragehof beantwoord, zodat de R.v.St. niet verplicht is opnieuw een prejudiciële vraag te stellen.
... zien in feite inhoudelijk dezelfde rechtsvraag aan de orde stelt als deze die reeds werd beantwoo...
-
Faillissementswet van 8 augustus 1997 (art. 72bis, ingevoegd bij artikel 5 van de wet van 20 juli 2005)
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 72bis van de faillisseme...Het antwoord op deze rechtsvraag staat los van de opening van een insolventieproced...
-
Noch art. 26, § 2, noch enige andere bepaling van de bijz. wet op het Arbitragehof sluit formeel uit dat, nadat het Arbitragehof ontkennend heeft geantwoord op een door de RvSt gestelde prejudiciële vraag aangaande de schending van de art. 10 en 11 van de Grondwet, een nieuwe prejudiciële vraag kan of moet worden gesteld nopens diezelfde kwestie, uiteraard voor zover zij niet wezenlijk dezelfde inhoud heeft als de oorspronkelijke vraag en daargelaten de vraag of de R.v.St.er wettig toe verplicht is op een daartoe strekkend verzoek van de betrokken partij in te gaan. Vanzelfsprekend kan ook geen nieuwe prejudiciële vraag worden gesteld wanneer het Arbitragehof de oorspronkelijke vraag bevestigend heeft beantwoord, omdat dan de R.v.St. verplicht is de met de voornoemde grondwetsartikelen...
... werd geweerd, het antwoord op de rechtsvraag die in de prejudiciële vraag lag vervat echter on...
-
... irrelevant voor de beoordeling van de rechtsvraag of de toepassingsvoorwaarde van artikel 3.4.a) al ... 234 van het EG-Verdrag, lijken deze prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie dienen voorgelegd ...
-
... « waarbij het Arbitragehof, op een prejudiciële vraag gesteld door het hof van beroep te Bergen, d... uit te spreken over een welbepaalde rechtsvraag, vergt de aard van het in het geding zijnde begins...
-
Art. 15ter van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, zoals gewijzigd bij art. 9 van de wet van 17 februari 2005
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 15ter van de wet van 4 juli 19...Elk rechtsvraag kan dus voorgelegd worden aan het Hof van Cassatie...
-
Wet van 25 juli 2008 « tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State » (art. 4)
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 4 van de wet van 25 juli... uit te spreken over een welbepaalde rechtsvraag, vergt de aard van het in het geding zijnde begins...