-
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (art. 14, § 1, 1°, tweede lid)
-
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (art. 29, § 1, in de versie vóór de wijziging ervan bij de wet van 30 december 2009)
-
In het arrest nr. 69\/2007 van 26 april 2007 heeft het Grondwettelijk Hof voor recht gezegd dat artikel 53, §2, eerste lid, van het decreet van het Vlaamse Gewest betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, in de redactie vóór de wijziging ervan bij het decreet van 21 november 2003, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, wanneer het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het een onderscheid maakt op grond van de aard van de stukken waarvan aan de aanvrager van een vergunning kennis moet worden gegeven naargelang het beroep bij de Vlaamse Regering door de gemachtigde ambtenaar dan wel door de aanvrager of door het college van burgemeester en schepenen wordt ingesteld. Dezelfde bepaling schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet, wanneer zij in die...
-
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (art. 14, §1, 3°)
-
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie
-
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (art. 29, § 1)
-
Wet van 5 augustus 2003 betreffende ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht (art. 29, § 3, tweede, derde, vierde en vijfde lid)
-
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (art. 47, §1)
-
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (art. 4 en 26)
-
Vermits het uitdelen van pamfletten op de openbare weg op zich niet van aard is om de openbare orde te verstoren, moet vastgesteld worden dat de verwerende partij geen reden had om verzoeker de uitoefening van zijn grondwettelijk en internationaalrechtelijk gewaarborgd recht van vrije meningsuiting te verhinderen.