-
Verzoeker heeft wel degelijk belang bij het beroep tegen de beslissing tot weigering van verblijf waarbij toepassing gemaakt wordt van de Conventie van Dublin en waarbij wordt vastgesteld dat een ander land, en niet België, verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Het Arbitragehof heeft in zijn arrest nr. 57\/2000 van 17 mei 2000 gesteld dat een dergelijke overdracht aan een derde land geen afbreuk doet aan het recht op een daadwerkelijk jurisdictioneel beroep. De Raad van State blijft bevoegd om over het beroep een uitspraak te doen, ook al dient verzoeker het grondgebied te verlaten om zich aan te melden bij de overheden van de bevoegde staat.
-
... voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven ...
-
Vraag 1BRAX betoogt dat de terugwijzing aan de grens van een onderdaan van een derde land die gehuwd is met een onderdaan van een lidstaat, op grond dat hij niet in het bezit is van een door deze lidstaat afgegeven visum, in strijd is met artikel 3 van richtlijn 68\/360, artikel 3 van richtlijn 73\/148, verordening nr. 2317\/95 en artikel 8, lid 2, E.V.R.M.Vraag 2BRAX stelt vast, dat een onderdaan van een derde land die tijdens zijn onwettig verblijf in België is gehuwd, alleen dan aanspraak kan maken op een verblijfsrecht, wanneer hij eerst terugkeert naar zijn land van herkomst om er een visum te krijgen. De Belgische Staat zou evenwel af en toe bereid zijn, het verblijf van echtgenoten van onderdanen van lidstaten bij discretionair besluit te regulariseren. Volgens BRAX biedt de best...
-
Wet van 11 juli 1978 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van het militair personeel van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst (art. 12, eerste lid, 5°, derde streepje)
-
... terugkeer naar en reïntegratie in het land van herkomst tevergemakkelijken. Dit fonds is ontw... beschikt voor eender welk derde land waardoor het onmogelijk is om een aanvraag in...
-
In de bestr. besl. (art. 9, derde lid van de Vreemdelingenwet) kon worden verwezen naar het feit dat de problemen in het land van herkomst reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van een onderzoek in het kader van de asielaanvraag en dat deze aanvraag werd afgewezen. Aangezien het beroep bij de R.v.St. geen schorsende werking heeft, kan naar de beslissingen van de Commissaris-generaal worden verwezen zonder dat de procedure voor de R.v.St. beëindigd is.
-
-
... 2° " onderdaan van een derde land " : eenieder die geen onderdaan van een lidst...
-
... lidstaten van de Europese Unie of van derde landen, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in h...
-
Verzoekers roepen de schending in van artikel 52 Vreemdelingenwet en van de motiveringsplicht. Uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij ondubbelzinnig liet verstaan dat de problemen die zij kende in haar land van herkomst het gevolg waren van haar Arabische afkomst. Ook de derde verzoekende partij heeft gewag gemaakt van discriminaties op school wegens haar Arabische origine. Uit de bestreden beslissingen blijkt niet dat met deze elementen rekening werd gehouden, zeker niet nu de problemen worden afgedaan als problemen van louter gemeenrechtelijke aard. De bestreden beslissingen lijken de door de verzoekende partijen aangehaalde rechtsbeginselen te schenden. Het middel is ernstig.