bewijslast

  • Recevoir les alertes:
  • par courriel
    Vos coordonnées seront incorporées à un fichier informatique automatisé dont l'objet exclusif est de pouvoir répondre à votre abonnement. Ce fichier informatique est propriété exclusive de vLex Networks, S.L. et ne sera en aucun cas cédé à un tiers. L'envoi de votre inscription implique l'acceptation de la Politique de Protection de Données de vLex Networks, S.L.
  • par RSS
9 termes du glossaire pour bewijslast (liste complète)
8.426 documents pour bewijslast
  • Het is niet onredelijk dat, zoals te dezen, aan de verzoekende partij als professionele speler een strengere bewijslast wordt opgelegd voor wat betreft de voorwaarde van art. 31, §2 van het bodemsaneringsdecreet.

  • De bewijslast ligt bij de aanvrager van het statuut van onschuldige bezitter. Deze bewijslast dient redelijk te zijn. Verwerende partij verwacht echter een absoluut bewijs dat ze nooit op het betrokken perceel (eventueel in strijd met haar milieuvergunning) gechloreerde onderhoudsproducten heeft gebruikt. De veronderstelling dat verzoekende partij in strijd met haar milieuvergunning zou hebben gehandeld is dermate hypothetisch dat het niet volstaat als motief om de elementen, die verzoekende partij en de bodemsaneringsdeskundige aanbrengen, als onvoldoende bewijs te beschouwen.

  • De bewijslast die op grond van art. 31 Bodemsaneringsdecreet rust op de aanvrager van het statuut van onschuldige bezitter bestaat uit het aantonen van de overgrote waarschijnlijkheid van hetgeen men aanvoert. Het is onmogelijk om het feit dat men iets niet weet sluitend aan te tonen. De bewijslast houdt niet in dat de aanvrager van het statuut van onschuldige bezitter zou moeten aantonen niet op de hoogte te zijn van het risico op vervuiling, maar wel van de verontreiniging die werd vastgesteld in het oriënterend bodemonderzoek

  • De raadslieden die een memorie van antwoord indienden voor de stad als tweede verw.p., worden wettelijk vermoed een regelmatige lastgeving te hebben gekregen om als procesvertegenwoordiger op te treden. Wie de regelmatigheid van dit mandaat betwist, draagt de bewijslast van zijn bewering. Het volstaat te dezen niet louter te beweren dat er bij de aanstelling van de raadsman van de stad voor deze zaak, geen vrije mededinging zou zijn geweest of geen gunningsbeslissing blijkt waarom beroep werd gedaan op de onderhandelingsprocedure.

  • De verzoekende partij draagt de bewijslast om aannemelijk te maken dat haar middelen, indien ernstig, ertoe zouden kunnen leiden dat haar offerte alsnog als voordeligste verschijnt. Voor wat het prijscriterium betreft toont verzoekende partij niet aan dat dit criterium niet deugdelijk is gehanteerd, temeer daar zij de maximumscore behaalt en zelf niet concreet verduidelijkt op welke wijze ze aldus voordeel kan halen uit de schorsing van dit middelonderdeel.

  • De bewijslast inzake de gegrondheid van een aanvraag tot erkenning als vluchteling rust in beginsel op de vreemdeling zelf. Zoals iedere burger die om een erkenning vraagt, moet ook de asielzoeker aantonen dat zijn aanvraag gerechtvaardigd is.

  • In het kader van de substantiële vormvereiste van art. 57, §2 van de stedenbouwwet, volstaat de voeging van een aantal postbewijzen van afgifte van aangetekende zendingen op zich niet om aan te tonen dat aan alle kaveleigenaars die de aanvraag niet mede ondertekend hebben, een eensluidend afschrift van de aanvraag werd verzonden. Aldus is niet voldaan aan de bewijslast die op de verzoeker rust in dat verband. De verzoeker kan evenmin volstaan met de door niets gestaafde overweging in het bestreden besluit "dat alle eigenaars van een kavel, die de aanvraag niet hebben ondertekend, een eensluidend afschrift van de aanvraag hebben ontvangen bij ter post aangetekende brief".

  • Het komt in de eerste plaats aan de KV toe aan te tonen dat er een gegronde vrees voor vervolging bestaat met toepassing van het algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk de bewijslast valt op de KV. De KV moet zélf een begin van bewijs aanbrengen waaruit blijkt dat hij mogelijks onder de criteria van de Vluchtelingenconventie valt.

  • De verwerende partij werpt een exceptie ratione temporis op. Het administratief dossier bevat echter geen gegevens over de afgifte van de zending met het bestreden besluit aan de postdiensten, noch over enig ontvangst-bewijs van deze zending. De verwerende partij, van wie de bedoelde stukken uitgingen, faalt derhalve in de bewijslast die op haar rust. Het beroep is tijdig.

  • De CG verwijst in de bestreden beslissing naar een rapport waaruit blijkt dat 51.000 mensen in Rusland als politiek vluchteling zijn erkend. Dit levert nog geen bewijs van het feit dat het vluchtelingenstatuut aan verzoeker zou zijn te beurt gevallen. Doch, in de ontvankelijkheidsfase ligt de bewijslast bij de asielzoeker. Hierbij wordt vastgesteld dat verzoeker niet aannemelijk maakt waarom hij in Rusland niet het vluchtelingenstatuut heeft verkregen gezien de informatie waarover ollege van burgemeester en schepenen beschikt.



Loading

ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Tous Droits Réservés.

Contenus dans vLex Belgique

Explorez vLex

Pour professionnels

Pour associés

Compagnie