• Raad van State

Jurisdictie

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, 26 maart 2012

    Een beschermingsbesluit dient de waarden uiteen te zetten om tot een bescherming over te gaan, wat te dezen ook gebeurd is, zonder dat uitdrukkelijk moet worden gemotiveerd waarom bepaalde percelen niet opgenomen worden. Het feit dat de bescherming als dorpsgezicht niet meer opgenomen werd in het definitief beschermingsbesluit, leidt dan ook niet tot de onwettigheid van het bestreden besluit.

  • Vonnis van Raad van State, 20 maart 2012

    Er kan niet worden ingezien waarom een gewijzigde visie op de ruimtelijke ordening niet zou vermogen te leiden tot een uitsluiting van een plandeel. Die vaststelling geldt, gelet op het feit dat, sedert art. 7.4.4, § 2, VCRO, een BPA niet langer meer kan afwijken van het gewestplan, in dezelfde mate t.a.v. de uitgesloten delen van het ontwerp welke afwijken van het vigerende gewestplan. Voorts dient te worden vastgesteld dat, gelet op de omvang van het bestreden plangebied, de uitgesloten delen moeilijk kunnen worden aangemerkt als substantieel. Het geschrapte stedenbouwkundige voorschrift is enkel een logisch gevolg van de uitsluiting uit het plangebied van die aanvankelijk voorziene woonparken en kan als zodanig dan ook niet worden aangemerkt als een wijziging in de zin van het door d...

  • Vonnis van Raad van State, 19 maart 2012

    Art. 2 van het rooilijndecreet definieert het begrip rooilijn in functie van het begrip openbare weg. Krachtens art. 3 worden er rooilijnplannen opgesteld voor gewestwegen, met uitzondering van de autosnelwegen, en voor gemeentewegen. Uit deze bepalingen blijkt dat een rooilijn onafscheidbaar is van een openbare weg. Hieruit volgt dat de rooilijnplannen enkel kunnen worden opgesteld wanneer er een openbare weg bestaat, dan wel wanneer er een beslissing is genomen om dergelijke weg te openen. Daaraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat een rooilijn ook de toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen kan zijn. Het woord "toekomstige" verwijst naar de realisatie van de grens en niet naar een nog te nemen beslissing over de opening van een openbare weg. Uit ...

  • Vonnis van Raad van State, 19 maart 2012

    Art. 9, § 2 van het rooilijndecreet voorziet in twee algemene wijzen van aankondiging van het openbaar onderzoek. Verder schrijft de betrokken bepaling voor dat deze aankondiging moet vermelden dat een rooilijnplan ook gevolgen heeft voor werken en handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning is vereist. Er moet worden vastgesteld dat de decreetgever geen sanctie heeft gesteld op het niet naleven van het door de betrokken bepaling opgelegde vormvereiste. Het eerste normdoel van de betrokken bepaling bestaat erin te verhinderen dat een belanghebbende geen bezwaarschrift zou indienen omdat hij ervan uitgaat dat ook indien de ontworpen rooilijn zou worden vastgesteld hij op het door de rooilijn getroffen terrein de in art. 16, vierde lid bedoelde werken en handelingen zonder mach...

  • Vonnis van Raad van State, 16 maart 2012

    Uit art. 4.7.14, § 3 VCRO blijkt dat tegen een onvolledigheids- en onontvankelijkheidsverklaring van een stedenbouwkundige aanvraag geen administratief beroep kan worden ingesteld. Het betreft aldus een in laatste administratieve aanleg genomen beslissing. Dergelijke verklaring kan dan ook niet anders worden niet anders worden aangemerkt dan als een, in laatste aanleg genomen, bestuurlijke vergunningsbeslissing betreffende het weigeren van een vergunning als bedoeld in art. 4.8.1., tweede lid, 1º VCRO, waartegen beroep dient te worden ingesteld bij de RvVB.

  • Vonnis van Raad van State, 14 maart 2012

    De richtlijn 85\/337\/EEG van de Raad van 27 juni 1985 werd omgezet bij besluit van 10 december 2004 van de Vlaamse Regering. Voor zover dit besluit onder bijlage II "10. a) drempelwaarden en selectiecriteria vaststelt die enkel met de omvang van het betrokken project rekening houden, dient deze bepaling gelet op het arrest van het HvJ van 24 maart 2011 buiten toepassing worden gelaten. Deze drempelwaarden en selectiecriteria voldoen niet aan de eisen van art. 4, leden 2 en 3 van de project-MER richtlijn, gelezen in samenhang met de bijlagen II en III daarbij. Voorts heeft het HvJ eerder bevestigd dat art. 2, eerste lid van de project-MER richtlijn in samenhang met art. 1, tweede lid en artikel 4, tweede lid van die richtlijn, rechtstreekse werking heeft, ook al laten die bepalingen ee...

  • Vonnis van Raad van State, 14 maart 2012

    De bevoegdheid van de Raad voor Vergunningsbetwistingen op grond van art. 4.8.1 VCRO om zich als administratief rechtscollege uit over de beroepen die worden ingesteld tegen vergunningsbeslissingen genomen in laatste administratieve aanleg, betreffende het afleveren of weigeren van een vergunning, impliceert noodzakelijkerwijze de rechtsmacht van de genoemde raad over beroepen tegen "vergunningsbeslissingen" die niet in laatste administratieve aanleg zijn genomen. Het zou geheel absurd zijn dat RvS geen rechtsmacht meer heeft over definitief geworden vergunningsbeslissingen, maar die wel zou behouden ten aanzien van niet in laatste aanleg gewezen beslissingen.

  • Vonnis van Raad van State, 14 maart 2012

    Het feit dat de bestreden vergunning een regularisatievergunning betreft, heeft niet voor gevolg dat ter beoordeling van het belang alleen rekening moet worden gehouden met de "onderdelen" waarop de regularisatie betrekking heeft. De basisvergunning werd immers vernietigd door de RvS, en moet aldus geacht worden nooit te hebben bestaan. Bovendien wordt door de bestreden beslissing opnieuw de ganse bioinstallatie vergund.

  • Vonnis van Raad van State, 14 maart 2012

    De verzoekende partijen zijn allen onmiddellijk aanpalende buren van het betrokken plangebied. Zij voeren aan dat zij "ingevolge de uitvoering van het RUP in hun onmiddellijke nabijheid geconfronteerd worden met voetbalvelden, een kantine, parkings, \u0085 die hinder genereren daar waar zij nu uitkijken op een open akkerland". Als zodanig doen zij blijken van het vereiste belang in de zin van art. 19, eerste lid van de RvS-wet.

  • Vonnis van Raad van State, 14 maart 2012

    De bestreden beslissing weigert de afschrift van een bouwplan. Naast de weigeringsgronden vervat in de artt. 13, 14 en 15 van het decreet van 26 maart 2004 (betreffende de openbaarheid van bestuur), kunnen, zoals te dezen, er overeenkomstig art. 12 van dit decreet, "andere bij de wet, het decreet of de ordonnantie bepaalde uitzonderingen op de gronden die te maken hebben met de uitoefening van de bevoegdheden van de federale overheid, de gemeenschap of het gewest" van toepassing zijn. In het bestreden besluit wordt terecht overwogen dat dit decreet de federale regelgeving betreffende intellectuele rechten onverlet laat. Vermits geen toelating van de auteur voorlag, en art. 12 van het decreet geen belangenafweging voorschrijft, diende de vraag tot het verkrijgen van een afschrift van het...

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, 14 maart 2012

    De verzoekende partijen zijn allen onmiddellijk aanpalende buren van het betrokken plangebied. Zij voeren aan dat zij "ingevolge de uitvoering van het RUP in hun onmiddellijke nabijheid geconfronteerd worden met voetbalvelden, een kantine, parkings, \u0085 die hinder genereren daar waar zij nu ...

  • Vonnis van Raad van State, 20 maart 2012

    Er kan niet worden ingezien waarom een gewijzigde visie op de ruimtelijke ordening niet zou vermogen te leiden tot een uitsluiting van een plandeel. Die vaststelling geldt, gelet op het feit dat, sedert art. 7.4.4, § 2, VCRO, een BPA niet langer meer kan afwijken van het gewestplan, in dezelfde...

  • Vonnis van Raad van State, 27 januari 2006

    De vergunningverlenende overheid beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid inzake de keuze van de maatregelen die moeten worden opgelegd om de geluidshinder te beperken. In casu gaat het over de luchthaven van Oostende. Het opteren voor de Quota Count als alternatief voor de maximumnormen...

  • Vonnis van Raad van State, 16 september 2010

    Bij de tweede bestreden beslissing heeft de gewestelijke planologische ambtenaar de aanvraag tot het bekomen van een planologisch attest ontvankelijk en volledig verklaard en heeft hij de gemeente Londerzeel aangewezen als de bevoegde overheid om over deze aanvraag uitspraak te doen. Deze...

  • Vonnis van Raad van State, 16 september 2010

    Het onpartijdigheidsbeginsel komt erop neer dat iemand die een persoonlijk en rechtstreeks belang heeft bij een zaak, zich moet onthouden van deelname aan het besluitvormingsproces wat die zaak aangaat. De RvS kan op grond van de schending van het onpartijdigheidsbeginsel een beslissing slechts...

  • Vonnis van Raad van State, 30 juni 2005

    Uit de toepasselijke voorschriften kan worden afgeleid dat bij de voornaamste alternatieven slechts in grote lijnen moet worden stilgestaan. Men kan immers niet voor elk alternatief een even omvangrijk MER opstellen als voor het project zelf. Het project zelf moet omstandig op zijn milieueffecten...

  • Vonnis van Raad van State, 3 juni 2010

    De afgifte van een negatief planologisch attest heeft tot gevolg dat een bestaand bedrijf niet kan worden behouden op de plaats waar het is gevestigd en dat herlokalisatie zich opdringt. Voorts impliceert de afgifte van een negatief planologisch attest dat het opstellen van een RUP of het opstellen ...

  • Vonnis van Raad van State, 21 oktober 2010

    De verzoekende partijen wonen allen in de omgeving van het motocrosscircuit dat het plangebied uitmaakt van het bestreden PRUP. Dit volstaat als belang. Daarnaast beroepen zij zich ook op een specifieker belang, met name de geluids-, geur- en stofhinder ten gevolge van de crossactiviteiten welke...

  • Vonnis van Raad van State, 4 juni 2010

    De door de verzoekende partijen aangevoerde schending van het rechtszekerheidsbeginsel en continuïteitsbeginsel kan niet aangenomen worden. De omstandigheid dat de bestemmingsvoorschriften van het BPA op de bedrijfssite reeds economische activiteiten toelieten en het bedrijf van de verzoekende...